Het muziekleven in Groesbeek...

Deze website is opgezet met als doel de geschiedenis van het muziekleven te Groesbeek zoveel mogelijk in kaart te brengen.Het overzicht is op dit moment zeker niet compleet en zal regelmatig aangevuld worden en indien nodig worden gecorrigeerd. Het is een globaal overzicht. Mochten  gegevens over personen of muzikanten vergeten zijn te vermelden dan graag begrip hier voor. Indien men informatie en/of materiaal heeft over het muziekleven van Groesbeek dan is dat van harte welkom. (info@groesbeekdorpvolmuziek.nl) Voor de beschrijving van de periode 1945-1975 is gebruik gemaakt van door Gerrie G.Driessen beschikbaar gesteld materiaal. Het betreft foto’s van circa 50 muziekformaties, die voorzien van informatie in 2003 tentoongesteld zijn op de expositie ”Zwoegen en Swingen”: Groesbeek 1945 – 1975, samengesteld in het kader van het 30-jarig jubileum van de Heemkundekring Groesbeek.

 

Het ontstaan van de Groesbeekse muziek


Op het einde van de negentiende eeuw kwam het verenigingsleven in Groesbeek op gang. Het eerste koor, opgericht in 1895 was het kerkkoor St. Caecilia van de enige parochie die Groesbeek op dat moment telt. De aanwezigheid van een zangkoor kon niet verhelen dat rondom de dorpspomp regelmatig het gebrek aan een eigen muziekvereniging werd betreurd. Vrijwel alle omliggende dorpen beschikten over een eigen fanfarekorps. Voor trotse Groesbekers en liefhebbers van blaasmuziek een moeilijk te verteren gedachte. In de lente van 1897 staken enkele lieden de hoofden bij elkaar en besloten tot de oprichting van een muziekvereniging. In 1898 was het zo ver. Trots trok fanfare Wilhelmina door het dorp voor hun eerste optreden en het ontstaan van het muziekleven in Groesbeek was een feit.

Muziekverenigingen en koren


De muzikanten van fanfare Wilhelmina kwamen hoofdzakelijk uit het centrum van Groesbeek. En natuurlijk kon de Breedeweg niet achterblijven. In 1952 werd in het kerkdorp van Groesbeek fanfare Jubilate Deo opgericht. Maar in de eindjaren twintig had Berg en Dal ook al een muziekgezelschap. In 1928 werd muziekgezelschap Edelweisz opgericht. De vereniging hief zich in de oorlogsjaren op. Nadat de oorlog was afgelopen werd de vereniging opnieuw leven ingeblazen. Dit duurde tot 1975 omdat men toen wegens te weinig leden genoodzaakt was de vereniging op te heffen. Echter in 1982 ontwaakte Edelweisz uit haar lange winterslaap en is tot vandaag de dag een bloeiende muziekvereniging. Op 11 november 1946 werd "Het Groesbeeks Mannenkoor”opgericht en ging in 1962 verder als "Groesbeeks Gemengd Koor”. Het koor bestaat nog steeds, telt 65 leden en treedt nog regelmatig op. In de jaren zestig verschenen er in het land overal jongerenkoren. Een geheel nieuw verschijnsel in de katholieke kerk waar jongeren veelal met begeleiding van diverse muziekinstrumenten als gitaar en drums tijdens de H. Mis eigentijdse muziek maakten. Zo ook in Groesbeek. In 1965 begonnen een aantal bevriende jongeren een jongerenkoor dat wekelijks oefende in de meisjesschool waar nu cultureel centrum De Mallemolen is gevestigd. Zij traden regelmatig op in de kerk. In 1968 ging het koor op in het jongerenkoor "Vivace’. Dat koor bestaat nog steeds en telt een 30 tal leden die regelmatig optreden. Eind jaren zestig werd ook het "Protestant Gemengd Koor opgericht. Zo kende elke parochie zijn eigen kerkkoor. In de loop der tijd kwamen er steeds meer koren bij. Zoals "Jeugdkoor Mikado”,” Popkoor Trente Plus” en "Jeugdkoor Sion”. Ook in Berg en Dal en H. Land Stichting ontbreekt het niet aan koren. Zoals "Kamerkoor Kalliope”, "Gregoriaans koor Schoia Calorum”, "Jongerenkoor Basta”en "Kinderkoor De Pinakeltjes”.
 
Orkesten en bands


Na de oorlog ontwikkelde zich gaandeweg de muzikaliteit van veel Groesbekers. Eerst toen kregen ze de gelegenheid zich een instrument aan te schaffen, voordien was dat maar voor weinigen weggelegd. Tot dan beperkte de meeste tot de mondharmonica en het zingen van meerstemmige liedjes. Alleen jongens die lid konden worden van fanfare Wilhelmina kregen een instrument in handen en de gelegenheid dat te leren bespelen. Verder kreeg men daar onderwijs in notenschrift, waarvan menig latere muzikant profijt van heeft gehad. Vlak na de oorlog telde Groesbeek maar enkele twee mans formaties, veelal bestaande uit een slagwerker met een trekharmonica speler. Omstreeks 1948 vormde zich hier het "Groesbeeks Amusement Orkest” : desgewenst in een bezetting van 1 tot 5 personen. Het geheel stond onder leiding van Theo Thijssen (d’n Bep) en Charlie Ritzer, 2 ervaren muzikanten die verschillende instrumenten bespeelde. Omstreeks 1955 volgde de oprichting van "The Smiling Stars” en "De Zwervers”, dansorkesten die zich grote populariteit verwierven. De muzikanten verplaatste zich vaak per fiets naar de feestavond, kermis of bruiloft waar ze moesten spelen. Ook het instrumentarium moest per fiets, later per bromfiets, vervoerd worden tot ver buiten Groesbeek. Voor de trompettist was dit niet zo erg, echter wel voor de slagwerker; ofschoon het drumstel toen nog maar uit een paar trommels bestond. Elektrische versterkers werden amper gebruikt, en zowel dan één luidspreker met één microfoon. Zij die toen dans- of amusementsmuziek maakten deden dit naast hun werk, beroepsmuzikanten waren er nog niet. Eerst na 1960 vormden zich enige kleine beroepsorkesten. Naast de formaties die speelde op bruiloften, partijen en kermissen vormden zich omstreeks 1955 ook enige uit jonge jongens bestaande amateurgroepjes. Het begon meestal met het aanschaffen van een gitaar, een instrument dat na de oorlog populair was en door de jongeren ontdekt werd. Enige van die formaties bleven lang bestaan, behalve als hobby ook uit bijverdiensten. Een aantal bracht zelfs een nieuwe generaties beroepsmuzikanten voort.


De periode 1970 – 1985 is een hoogtepunt geweest in de muziekgeschiedenis van Groesbeek, gelet op het aantal toen bestaande beroepsorkesten. Er werd in die periode door in Duitsland werkende bouwvakkers veel geld verdiend en uitgegeven. Voor de muzikanten waren het lucratieve tijden, een drie of vier dagen durende kermis ‘draaien’ bracht veel geld op. Daarbij komt nog dat radio en TV in die tijd veel aandacht besteedde aan het Nederlandse lied, zoals in het populaire TV programma "Op Volle Toeren”. Ook platenmaatschappijen zagen nog brood in het uitbrengen en promoten van grammofoonplaten van relatief onbekende formaties.
Opmerkelijk zijn de namen van de orkesten. Er flonkerden heel wat sterren aan het  Groesbeekse muziekfirmament zoals ; The Smiling Stars, The Show Stars, The Lucky Stars, The Grony Stars, The Music Stars, The Blue Stars, The Flying Stars en The Silver Stars. Vier andere aan het firmament afgeleide namen zijn The Flying Moons, The Sunstreams,  The Moonlights en The Sunshines. 


Wegens allerlei oorzaken verminderde geleidelijk het aantal beroepsorkesten. Echter tot aan de dag van vandaag telt Groesbeek nog een groot aantal artiesten, orkesten, bands en muziekverenigingen. Zodat Groesbeek met recht nog steeds een "Dorp Vol Muziek” genoemd mag worden.    


Wij gaan u verder in deze rubriek willekeurig een opsomming geven van alle bands, orkesten, artiesten en muziekverenigingen die er hebben bestaan en waarvan we de informatie hebben.


Ook geven wij een opsomming van de personen die veel voor het muziek leven in Groesbeek betekend hebben. Mochten wij namen van bands of artiesten vergeten dan ontvangen we er graag informatie over!